dinsdag 10 juni 2008

Wijst de toenemende aanwezigheid van naakt en seks in de samenleving niet op een toenemende normvervaging?


Net zoals er in onze samenleving veel over liefde gesproken wordt, zonder dat er veel besef is van wat liefde eigenlijk is, is er veel te doen over seks en erotiek zonder dat er veel aandacht is voor de diepere betekenis.


Een bij die van bloem tot bloem vliegt om nectar te verzamelen, is zich er niet van bewust dat zij aan kruisbestuiving doet en het leven op aarde mede mogelijk maakt. Een mens kan leven als een bij, alleen begaan met het onmiddellijke plezier. Dat is niet moreel verwerpelijk. Het is alleen niet de hoogst mogelijke vorm van leven voor een mens. Vele mensen leven als een bij, onbewust dat zij deelnemen aan een sacraal proces.


In onze Joods-Christelijke cultuur zijn seks en erotiek om archaïsche redenen verbonden geraakt met wat verboden, slecht en zelfs vies is en dat bijgevolg verborgen moest blijven als iets wat nette mensen niet doen. Het is bijv. typisch dat mensen die Playboy lezen, dat altijd zogenaamd doen "voor de goede interviews", alsof het niet ok is om ook graag naar het vrouwelijk lichaam te kijken. Toen aan Christie Hefner, gedurende jaren de CEO van Playboy, recent gevraagd werd of ze het niet gênant vond dat vrouwen in het blad als seksuele objecten worden voorgesteld, antwoordde ze: "Neen, want mannen en vrouwen zijn seksuele objecten voor elkaar."
In traditionele samenlevingen waar mensen naakt lopen, is er uiteraard geen voedingsbodem voor blote plaatjes. Maar wat verboden is, gebeurt stiekem toch en het onvermijdelijke gevolg daarvan is de huidige ongebreidelde liberalisering, zonder dat dit gepaard gaat met veel diepgang of respect. Al wat verboden was, is plots niet meer verboden, dus toegelaten, en wordt dan ook mateloos gecommercialiseerd, geëxploiteerd en geconsumeerd. Maar we zijn de diepere betekenis kwijt. Nadat we eerst het kind met het badwater hadden weggegooid, hebben we nu het badwater wel terug, maar het kind is er niet meer.
Een vergelijkbaar verschijnsel heeft zich voorgedaan met wat nu “sport” heet en in feite zou moeten gaan om een lichaamscultuur die uiteindelijk tot doel heeft het lichaam als een heilige tempel te eren en te onderhouden. De praktijk is echter verworden tot een zinloos en betekenisloos commercieel gedoe van concurrentie en competitie met titels en medailles waar de meesten alleen passief, als consumenten aan deelnemen.


Omdat wij concepten als “heilig”, “mysterieus” of “goddelijk” niet meer kennen, kunnen wij ze ook niet meer zien. Niet in de erotiek, niet elders. Als wij het verheffende en het verhevene niet meer kunnen zien, blijft alleen het banale over. Men kan ook schilderijen als “alleen maar” verf op een doek, muziek als “alleen maar” noten na elkaar, en seks als “alleen maar” te consumeren plezier zien.


Mensen zijn altijd al gefascineerd geweest door het menselijke lichaam, van bij de antieke Grieken tot in de moderne kunst. Kunst werd dan ook vaak als excuus gebruikt om de mens toe te laten zijn schroom te overstijgen en de blik over de schoonheid van het menselijke lichaam te laten gaan. Waarom zou immers het mooiste en meest volmaakte wezen niet bekeken mogen worden? Maar wat is dan het verschil tussen naakt in de kunst en naakt in de pornografie? En wat is uiteindelijk pornografie? Er is geen steekhoudende definitie van pornografie. Er bestaat alleen een pornografische manier van kijken. Een naakt lichaam of mensen die de liefde bedrijven is niet obsceen en niet pornografisch. Men kan er alleen op een pornografische manier naar kijken. “Pornography is in the eye of the beholder.” Men kan ook op een pornografische wijze naar de Mona Lisa van Leonardo da Vinci of naar de Geboorte van Venus van Boticelli kijken. De pornografische blik is de blik die niet het heilige, het mysterieuze, het goddelijke ziet, maar die alleen zoekt naar het eigen gebruik, het onmiddellijke eigen genot. Het gaat dan niet om de vraag: welk mysterie openbaart zich hier, maar welk genot kan dit mij verschaffen? Het is leven als een bij die nectar verzamelt. De pornografische blik is de blik van de platvloerse consument.


Op net zo’n pornografische, consumptiegerichte manier kan men ook naar de aarde, naar de natuur, naar de samenleving, naar mensen, naar dieren, naar planten, naar voedsel kijken. Het is de blik die in de buitenwereld alleen maar mogelijkheden tot eigen genot zoekt. Men kan dus ook pornografisch eten, als men alleen denkt aan het voldoen van de eigen behoeften. Uiteraard is dit aspect in de activiteit van het eten altijd ook aanwezig, maar men kan tegelijk ook bewust zijn van het feit dat men door het eten van andere organismen (planten, dieren) deel uitmaakt van het grote proces van het leven. Men kan dankbaar en respectvol zijn voor het leven (planten, dieren) dat geleefd heeft en dat men nu opneemt in het eigen leven. Op die manier ontstaat een gevoel van verbinding met andere levende wezens en met de hele natuur. Dan wordt zelfs eten een sacraal gebeuren. Dat vergt alleen aandachtiger leven, met meer mindfulness…


Op dezelfde manier kan men seksualiteit, gaande van het bekijken van al dan niet tot kunst verheven afbeeldingen tot de intieme penetratie en vereniging met een ander persoon, zien als alleen maar een activiteit voor het bevredigen van de eigen behoeften, of als een activiteit waardoor men toetreedt tot een grotere orde, tot het mysterie van het leven. De schoonheid van een menselijk lichaam, net als de schoonheid van een roos of de schoonheid van de sterrenhemel, kan een mystieke beleving zijn. l’Origine du Monde van Gustave Courbet kan met een mystieke blik bekeken worden en de seksuele vereniging kan een sacraal gebeuren zijn, een meditatie, een daad van mystieke overgave.


Het feit dat bepaalde mensen hun lichamelijke kwaliteiten ook aanwenden als broodwinning, zowel in de dure erotische tempels als de Crazy Horse of de Lido in Parijs, als in de goedkopere versies van de peepshows, de erotica-beurzen of de nachtprogramma’s op de commerciële televisiezenders, verandert daar niets aan. Ook onder de string van een paaldanseres of onder de push-up van een stripteaseuse klopt een menselijk hart, ook als de betrokkenen zelf op respectloze wijze met het eigen lichaam omgaan. Wij kunnen alleen maar met mededogen kijken naar mensen die denken dat ze op die manier gelukkiger zullen worden of die geen andere keuze denken te hebben of misschien inderdaad niet hebben. Waarom zou het overigens zo veel respectabeler en nobeler zijn onze hersenen en ons denkvermogen te verhuren dan andere aspecten van ons zijn? Waarom zouden meisjes die hun bekoorlijkheden tonen minder respectabel zijn dan sporters die hun spierbundels tonen? Verhuren topsporters dan niet hun lichaam? Verhuren wij niet allemaal iets? En wie zou met hen willen ruilen? Is dat niet een louter conventionele burgerlijkheid die de wereld opdeelt in goeden en slechten, in een kaste van respectabele “nobelen” en een kaste van verwerpelijke “niet-nobelen”, van “zuiveren” en “onzuiveren”? (“Dank u Heer, dat ik niet ben zoals die!”)


In Oosterse culturen was seksualiteit en erotiek een heilige zaak, een toegang tot de wereld van de mystieke beleving. In vele Oosterse culturen zijn er overvloedig afbeeldingen van naakte mensen en paren die op diverse manieren de lichamelijke liefde beleven. Het beoefenen van de liefde was niet alleen een kunst, zoals beschreven in de Kama-Sutra, maar ook een symbool van het zich verbinden, niet alleen met een bepaald mens, maar uiteindelijk met het hele leven, met de kosmos. In het Tibetaanse Boeddhisme wordt de liefdesdaad, beginnend met een glimlach, via een omhelzing en eindigend in een orgasme, dan ook als model gesteld voor de weg van mededogen en verlichting.

zaterdag 7 juni 2008

Ik heb alles wat ik mij kan wensen, en toch voel ik mij niet gelukkig. Is er misschien iets mis met mij? Doe ik iets verkeerd?

Je doet op zich helemaal niets “verkeerd”. Maar op de eerste plaats maakt de vraag duidelijk dat “alles hebben” inderdaad niet hetzelfde is als gelukkig zijn. Integendeel: voor wie alles heeft, blijft er niets meer te verlangen, geen enkel perspectief, geen enkel doel. Dat wordt doorgaans niet als een toestand van “geluk” ervaren maar als een toestand van leegte, onwelzijn en stress. De mens is kennelijk gemaakt om te klimmen en te exploreren, niet om lekker niets te doen.

Op de tweede plaats blijkt uit deze vraag de vaak gemaakte verwarring tussen plezier en geluk. De meesten onder ons hebben moeite met dit onderscheid. Onze hersenen hebben daar blijkbaar moeite mee. Wij leren dit onderscheid ook niet maken omdat wij leven in een samenleving die vrijwel uitsluitend gericht is op amusement en op het najagen van genietingen en bevrediging van behoeften, van lichamelijke geneugten en emotionele genoegdoeningen, van leuke ervaringen en spannende belevingen, maar waar weinig geluk is.

Geluk daarentegen is een meer existentiële, spirituele beleving. Een eenvoudige vuistregel is: een plezier is iets goeds, iets aangenaams dat je overkomt en waar je kan van genieten (lekker eten, bezittingen, een woning, een auto, een boot, een reis, een vakantie, sociaal succes, …). Plezier is afhankelijk van omstandigheden en is onderhevig aan tijdelijke modeverschijnselen. Geluk daarentegen is niet iets dat je kunt “hebben” of “bezitten”. Het is een beleving, de ervaring dat je zelf iets goeds doet, dat er iets goeds van je uitgaat, dat je een bijdrage levert aan het leven, dat je iets geeft, dat je leven een zin en een betekenis heeft die niet afhankelijk is van omstandigheden of voorbijgaande modes. Een geluk dat niet veroorzaakt of beïnvloed wordt door omstandigheden, kan alleen maar het geluk zijn om het zijn zelf. Het geluk in leven te zijn. Het geluk er te zijn. Het volstaat terug te denken aan een ogenblik dat je gelukkig was. Waardoor was je toen gelukkig? Als je gelukkig bent, is het altijd om iets dat in jezelf is, een beeld van de werkelijkheid of van een persoon. Geluk is een intern proces. Wat niet in jezelf is, kan je niet gelukkig maken. Dat kun je dus ook altijd opnieuw beleven …!

Een kind kent nog alleen maar genoegdoeningen, het voldaan worden van behoeften. Een kind moet alleen maar krijgen omdat het nog niet kan geven.

Een volwassene kan echter niet echt gelukkig zijn door alleen maar te krijgen.

Om dat duidelijker in te zien, kun je het volgende gedachtenexperiment bedenken. Stel dat je de mogelijkheid zou hebben om je te laten verbinden met een gesofistikeerd en geavanceerd apparaat dat niet alleen je hersenactiviteit registreert maar bovendien de juiste hersencentra stimuleert zodat je altijd goede en fijne gevoelens hebt. Om het echt te doen lijken en verveling te vermijden, zouden diverse vormen van stimulatie elkaar willekeurig en onvoorspelbaar opvolgen. Bovendien zou het apparaat ervoor zorgen dat je niet meer zou weten dat je aan een machine gekoppeld bent maar dat je overtuigd zou zijn dat je alles echt meemaakt. Zou je in die omstandigheden willen tekenen om een dergelijke ervaring mee te maken? De meeste mensen die ernstig over de vraag nadenken, bedanken ervoor. Waarom? Merkwaardig toch? Mensen willen zich toch goed voelen? Jazeker, maar mensen willen zich niet zomaar goed voelen, zij willen ook het idee hebben dat zij zich goed voelen om de juiste redenen, omdat zij iets goeds gedaan hebben! Zij willen het goed voelen ook verdiend hebben!

Een volwassene heeft inderdaad een ethische dimensie en heeft het ook nodig te weten dat hij iets goeds doet, dat hij iets geeft, dat hij belangrijk is. Een kind leeft emotie-gestuurd en doet dingen omdat ze leuk zijn, een volwassene is in principe waarde-gestuurd en doet dingen omdat ze waardevol zijn, omdat zij een betekenisvolle bijdrage leveren. Dat kan een bijdrage zijn op wetenschappelijk of artistiek terrein, of op politiek of sociaal terrein, of op relationeel of familiaal terrein.

Iets goeds doen leidt tot de ervaring van geluk, die een diepere ervaring is dan de ervaring van genoegdoening. Geluk is dus ook geen optelsom van genoegdoeningen. Het is een andere dimensie. Daarom zullen alle genoegens en pleziertjes die je hebt (goeie baan, mooie woning, auto, vakanties…) je nooit tot geluk brengen. Je voelt je niet gelukkig omdat er een gevoel van leegte achterblijft, een honger naar zinvolheid, een spirituele honger die nooit opgevuld kan worden door lichamelijke of emotionele genoegdoeningen.

Gelukkig zijn hangt dus niet af van wat je hebt of wat je doet. Een vuilnisophaler kan gelukkiger zijn dan een directeur of een hoogleraar. Maar in onze samenleving wordt ons voorgehouden dat je allerlei dingen “nodig hebt” om gelukkig te zijn. Als je geluk moet hebben om gelukkig te zijn, dan ben je niet echt gelukkig.

Het is een mythe dat je ook maar iets nodig zou hebben om gelukkig te kunnen zijn. Je hebt geen enkele reden nodig om gelukkig te zijn. Niets in de wereld kan je gelukkig maken, maar alles in de wereld kan je inspireren om gelukkig te zijn. Je kunt gewoon gelukkig zijn zonder meer, omdat je leeft, omdat je er bent, omdat je als het ware verliefd bent op het leven.

Hoe kun je nu verliefd worden op het leven!!?

Het gaat natuurlijk om spirituele verliefdheid, niet om romantische of seksuele verliefdheid. Toch is er een grote gelijkenis.
Je kunt namelijk verliefd zijn op het leven op dezelfde manier als je verliefd kunt zijn op een vrouw of op een man: door je open te stellen voor de schoonheid, voor het mysterie.
Krishnamurti zei “Verliefd worden op een mens is God ontmoeten in die mens.” God is immers alleen maar een andere naam voor het mysterie, voor dat wat we niet begrijpen, maar wat ons vervult. Ook Dostojevsky zag het zo.
Verliefd worden is een ervaring van volheid.
Een belangrijk aspect van verliefdheid is dat diegene waarop je verliefd bent daarvoor niets hoeft te doen. Het volstaat dat de persoon er is en dat je er mag bij zijn of dat je weet dat hij bestaat. De persoon waarop je verliefd bent moet je niet gelukkig maken, je bent gewoon gelukkig en vervuld omdat je er mag bij zijn!
Elke esthetische ervaring kan daartoe model staan. Als je een roos bekijkt en vervuld wordt door de schoonheid, kun je beseffen dat wat we de schoonheid noemen, in feite onvatbaar, onverklaarbaar, en onmededeelbaar is. Je kunt alleen stil zijn want al wat je er kunt over zeggen mist de essentie, alle woorden schieten tekort. Er is alleen de ervaring van vreugde en vervuld zijn, en die ervaring is onbenoembaar en onmededeelbaar.
Als iemand dus zegt in die roos, of in die man of in die vrouw niets te zien, dan ben je machteloos. Je kunt het immers niet uitleggen of bewijzen, je kunt alleen uitnodigen om te proberen het ook te zien. Het is juist als onze woorden zwijgen, als ons analytische denken zwijgt, omdat “er niets te zeggen is”, dat de ervaring van schoonheid kan ontstaan. Zolang we dat proberen uit te leggen, te begrijpen of te beoordelen, zullen we de ervaring niet hebben.
Je kunt de schoonheid leren zien in een mens, een kind, een dier, een bloem, een insect, een kei, de sterren, de levende wereld, de hele natuur, het hele leven…
Zo kun je ook gefascineerd worden, verliefd worden op het leven als je gaat zien dat het hele leven in feite als een roos is die zich opent en ontvouwt. Dat is de betekenis van mindfulness. Als je op die manier gaat kijken, wakker wordt, de ogen opent, stil staat, en het mysterie laat binnenkomen, kun je de schoonheid van het leven ervaren.

woensdag 7 mei 2008

Hoe vind ik een goede therapeut? Wie moet ik geloven? Ik hoor zoveel verschillende meningen en adviezen…

Onder invloed van het rationele, wetenschappelijke denken is er in het westen een soort obsessie met de “waarheid” ontstaan. In de wetenschap, die over de materiële werkelijkheid gaat, kun je inderdaad toetsen of een bepaalde bewering met de realiteit overeenstemt. Je kan dus aantonen of een bepaalde uitspraak al dan niet “waar” is.

In het geval van levensproblemen liggen de zaken echter heel anders. Het leven kan beter vergeleken worden met het maken van een reis. Als je van een bepaalde plaats naar een andere wil gaan, zijn er mogelijk meerdere wegen om dat te doen. Géén van die wegen is de enige “ware”. Als je een kaart hebt, kies je een bepaalde weg, en je houdt je daaraan, zonder er van uit te gaan dat dit de enige ware weg zou zijn. Integendeel, je weet best dat er andere wegen zijn die even goed tot het doel leiden. Als je echter doorheen een gebied wil waarvan je géén kaart hebt, dan kun je alleen maar een gids kiezen en daarop vertrouwen. Een gids kent de streek maar is geen wetenschappelijk onderzoeker en je gaat hem niet voortdurend lastigvallen met wat je misschien op de televisie gehoord hebt of in de krant gelezen hebt over het laatste onderzoek.

Het leven is zo’n soort reis door een onbekend gebied. Je kan dus alleen maar vertrouwen op een gids of op een bepaalde kaart, d.i. op een bepaalde filosofie of wijsheid, zonder dat je “wetenschappelijk” kan aantonen dat dat de enige ware zou zijn. De enige ware weg bestaat namelijk niet.

Het verwarrende is echter dat al die gidsen en wijsheidsstelsels zich toch als de enige ware aandienen en beweren dat de andere niet goed of zelfs verkeerd zouden zijn. Voor de arme reiziger maakt dat het er bepaald niet eenvoudiger op...

Vele mensen kiezen niet bewust een bepaalde gids of een bepaalde filosofie maar volgen gewoon wat hun ouders deden of wat “men” denkt en zegt en normaal vindt. Vele mensen noemen dat “spontaan” zijn, wat eigenlijk wil zeggen “onnadenkend” zijn. Je kiest er dan in feite voor om de meerderheid als gids te nemen. Als dat je keuze is, en je hebt vrede met de gevolgen van die keuze, dan is daar natuurlijk niets mis mee. Het is bovendien uiteraard wel zo gemakkelijk…

Zou er geen erkende opleiding voor therapeuten moeten zijn?

Dit is een begrijpelijke vraag. Helaas lost een “erkenning” de zaak niet op want niemand zeggen welke opleiding dat dan zou moeten zijn. Er is immers geen wetenschap over de mens en over menselijke problemen. Er is dus ook geen wetenschappelijk gefundeerde benadering om problemen aan te pakken. Therapie is nog altijd meer een kunst dan een wetenschap, en dat zal in ieder geval nog lang zo blijven. Er is ook geen erkende opleiding die kan garanderen dat men een goed kunstenaar wordt. Men kan wel bepaalde technieken aanleren, maar dat garandeert niet het resultaat.

Maar de overheid zou de therapeutische wereld toch beter moeten reglementeren!

Ook dat is een begrijpelijke vraag. Ze wijst op de betrachting zich te verzekeren van een goede werking en zich te beschermen tegen onjuiste praktijken. Hoewel dit verlangen begrijpelijk is, geldt dezelfde opmerking als hierboven: therapie is meer een kunst dan een wetenschap.

woensdag 2 april 2008

Ik denk dat ik mezelf niet het recht geef er te zijn! Ik heb al zoveel therapeuten bezocht, maar niemand lijkt mij te kunnen helpen…

Dat is uiteraard een heel boeiende vraag.
Deze vraag (waarop overigens vele varianten zijn) klinkt dan ook zo ongelooflijk diepzinnig. Ik weet niet eens of ik wel voldoende geschoold ben om daar een antwoord op te kunnen geven…
Maar deze vraag is ook een gigantische bananenschil waarop therapeuten evenveel gevaar lopen om uit te glijden als uzelf…

Om te beginnen suggereert uw vraag dat het uw taak zou zijn of dat u zelfs maar de mogelijkheid zou hebben om bestaansrechten toe te kennen en te beslissen wie er mag zijn en wie niet. Dat lijkt mij toch een enigszins overtrokken mening. Ofschoon de vraag op een diep probleem van zelftwijfel lijkt te wijzen, neemt u daarmee in feite een zeer arrogante houding aan: die van opperrechter over wie er mag zijn en wie niet.

U hebt uzelf niet gemaakt en het is ook niet aan u om te beslissen of u er mag zijn. U hebt het recht er te zijn omdat het leven u heeft uitgenodigd om er te zijn. Dat is alles. U hoeft daar verder niets speciaals voor te doen of te bewijzen. Niemand heeft daar verder over te beslissen.

Maar uw vraag suggereert nog iets anders: dat u eerst tot de kern van het bestaan moet doordringen en moeilijke existentiële vragen moet oplossen alvorens u gemotiveerd kunt zijn om tot de orde van de dag over te gaan en verantwoordelijkheid voor uw leven op te nemen. Bovendien kunt u daarvoor “in therapie” gaan en de vraag aan uw therapeut(en) voorleggen, zodat u uw onvermogen om uw leven te leiden kunt toeschrijven aan de onbekwaamheid van uw therapeut(en). U toont zich immers uiterst bereidwillig door steeds weer naar therapeuten toe te stappen, maar helaas bent u telkens weer ontgoocheld door de oppervlakkige antwoorden die u krijgt en het onbegrip waarop u stuit. Op die manier kunt u therapeuten voor uw karretje blijven spannen en hoeft u zelf geen verantwoordelijkheid te nemen. Aangezien niemand die vraag afdoende kan beantwoorden (u kunt altijd pareren met een “ja, maar…”) kunt u blijven wachten tot u eindelijk eens een bekwame hulpverlener ontmoet en is er ondertussen weinig gevaar dat u zelf aan de slag moet.

Soortgelijke vragen die op therapeuten als de spreekwoordelijke wortel werken maar die tot patstellingen (zgn. “blokkades”) leiden waar vooral niet-filosofisch geschoolde therapeuten geen raad mee weten zijn:

“Ik weet nog niet of het leven eigenlijk wel zin heeft.” Ook op deze vraag zijn er vele varianten. U kunt gerust zijn: niemand heeft het antwoord op deze vraag.

“Ik moet eerst mezelf vinden alvorens … “ Ook dit is een fabeltje. U bent gewoon altijd uzelf maar u kunt eindeloos blijven verklaren dat u uzelf nog altijd niet gevonden hebt. Misschien vindt u wel therapeuten die met u mee willen zoeken.

“Ik moet eerst maar eens leren meer van mezelf te houden alvorens …” of “Ik moet eerst proberen mijn angsten te overwinnen alvorens … “ De samenleving moet dus nog maar even geduld oefenen tot u daarmee klaar bent. Ondertussen kunt u toch rustig genieten van de voordelen en de tegemoetkomingen van die samenleving.

“In een wereld die zo slecht en onrechtvaardig is, hoeft het voor mij allemaal niet meer.” Dus de wereld moet eerst maar eens zorgen dat ze (naar uw oordeel) beter en rechtvaardiger wordt, vooraleer ze weer op uw medewerking kan rekenen. Ondertussen kunt u toch rustig genieten van de voordelen en de tegemoetkomingen van die samenleving.

“Ik heb al zoveel therapieën geprobeerd en niets lijkt te werken voor mij.” U hebt volkomen gelijk: niets en niemand zal voor u werken. Alleen u kunt voor uzelf werken…

donderdag 13 maart 2008

Men zegt dat men het geluk in zichzelf moet vinden...!?

Dat is misschien een beetje een te eenvoudige uitspraak.
Men kan het geluk weliswaar niet buiten zichzelf vinden, niet bij anderen en niet in bezittingen, prestaties of status, maar dat betekent nog niet dat men het zonder meer in zichzelf kan vinden.


Het geluk is immers niet “iets” dat men kan “zoeken” en “vinden”. Het is ook geen bestemming en geen reis, geen plaats om naartoe te gaan.
Het is veeleer een manier van zijn, een existentiële dans met het leven.
Men kan een dans niet in zichzelf vinden.
Men kan hem ook niet buiten zichzelf vinden.
Men kan hem gewoon niet “vinden”.
Men kan hem alleen leren dansen…
Maar iedereen heeft wel alles in zich om de dans te kunnen leren dansen!
Daartoe is het alleen maar nodig wakker te worden.
Iedereen heeft ook alles in zich om wakker te worden, bewust te worden, naar een plaats van heelheid en sereniteit in zichzelf te gaan, en van daaruit de omstandigheden te creëren waardoor de ervaring van geluk kan ontstaan.

Geluk is niet een goed gevoel omdat je gekregen hebt wat je wilde hebben.
Geluk betekent niet een leven dat alleen maar gevuld zou zijn met rozen.
Geluk betekent wel in alles een roos kunnen zien…
Dat is de betekenis van spiritueel verliefd zijn.
Gelukkig zijn is spiritueel verliefd zijn…
 

dinsdag 26 februari 2008


Antidepressants are ineffective for most patients, study finds

26th February 2008

There is little reason to prescribe antidepressants to the majority of depressed patients, according to a group of experts, led by Professor Kirsch at the University of Hull. In a study analysing data from clinical trials of antidepressants, leading psychologists found that antidepressants have no clinically significant effects in all cases apart from a small group of the most severely depressed patients. The paper, Initial Severity and Antidepressant Benefits: A Meta-Analysis of Data Submitted to the FDA, is being published today in the journal PLoS Medicine.

Before antidepressants are approved for licensing, they must undergo clinical trials that measure their ability to alleviate depression in comparison to the effects that patients experience when taking a placebo (a dummy tablet that contains no drug). The psychologists carried out an extensive analysis of clinical trial data submitted to obtain licensing for the most commonly-prescribed antidepressants.

Their analysis showed that in comparison to placebo effects, antidepressants do not have clinically significant effects in mildly depressed patients or in most patients who suffer from very severe depression. Furthermore, the apparent clinical effectiveness of antidepressants in the small group of extremely depressed patients is somewhat distorted. The seemingly good result came from fact that these patients’ response to the placebo decreased, rather than any notable increase in their response to antidepressants.

This is one of the most thorough investigations into the efficacy of new generation antidepressants, Selective Serotonin Re-uptake Inhibitors (SSRIs). Licensing authorities have approved the use of SSRIs, yet there are many doubts surrounding their clinical significance.

The team conducted a meta-analysis of all clinical trials, published and unpublished, of four of the most commonly prescribed SSRIs submitted to the US Food and Drug Administration for licensing approval. Conventional meta-analyses tend to use only published data which can, in the case of antidepressant medication, lead to reporting bias caused by multiple publication and selective reporting in sponsored studies.

Professor Irving Kirsch, from the Psychology department at the University of Hull, and lead researcher on the paper said, “The difference in improvement between patients taking placebos and patients taking antidepressants is not very great. This means that depressed people can improve without chemical treatments. Given these results, there seems little reason to prescribe antidepressant medication to any but the most severely depressed patients, unless alternative treatments have failed to provide a benefit. This study raises serious issues that need to be addressed surrounding drug licensing and how drug trial data is reported.”

Source: The University of Hull

http://www.hull.ac.uk/news/feb08/antidepressants.html

maandag 11 februari 2008

Denken als passie en als Kortste Weg naar een Geluk zonder Reden


Gelukkig zijn wil toch zeker iedereen?
Jazeker, en gelukkig zijn als het leven ons toelacht kan ook iedereen, net zoals iedereen kan zeilen bij mooi weer. Maar gelukkig zijn is niet hetzelfde als geluk hebben en een levensvisie die het mogelijk maakt ook voor geluk te kiezen als het leven ons niet toelacht en men dus geen geluk heeft, wordt in onze samenleving al te weinig systematisch en ordentelijk aangeleerd en voorgeleefd. De meesten onder ons moeten de nodige levenswijsheid dan ook met schade en schande bij elkaar zien te sprokkelen. Op het gebied van geluk en levenskunst is het alsof ieder voor zich steeds weer opnieuw het wiel moet uitvinden, domweg omdat ons niet gezegd is dat het al zo vaak uitgevonden is… Als uw huidige modus operandi dus niet tot de gewenste resultaten leidt, is de filosofie waar u mee leeft misschien aan een revisie toe.
Volgens sommige auteurs ervaren de meesten onder ons in de loop van hun leven vijf tot vijftig maal méér verandering dan onze voorouders van honderd jaar geleden, die bij hun geboorte hun levenspatroon meekregen. Hun levens volgden gedurende eeuwen dezelfde regels als dat van hun voorouders. Dat had natuurlijk zijn voordelen: ze wisten wie ze waren en wat ze hun kinderen moesten vertellen. Ze hadden het voordeel van het ontbreken van alternatieven.
Dat is allemaal ingrijpend veranderd. Er heeft zich een kwantumsprong voorgedaan in de complexiteit en in het tempo van de eigentijdse ervaringen en volgens sommigen is er na 1945 méér veranderd dan in de tweeduizend jaar daarvóór. De hedendaagse wereld is gekenmerkt door vele veranderingen en problemen met enerzijds een (westerse) commerciële vermaak- en amusementscultuur gericht op overdadige consumptie, luxe en snelle genoegdoening, en anderzijds een groot deel van de wereld met extreme armoede, geweld, terreur en onmenselijke levensomstandigheden.

Honger in de postmoderne genotscultuur
In deze postmoderne tijd hebben vele mensen zowel hun geloof in een reddende religie als in een bevrijdende wetenschap verloren en velen zoeken dan ook elders naar existentiële invulling en zingeving van het leven. De afwezigheid van een zingevende levensvisie en van het bewustzijn van de wezenlijk onbegrijpelijke, mysterieuze, ontzagwekkende en creatieve verticale dimensie van het leven, leidt tot een existentiële en spiri­tuele leegte en honger. In die omstandigheden is de ervaring van geluk gewoonweg onmogelijk. Mensen hebben dan ook het gevoel iets te missen, iets verloren te zijn, en weten niet eens wat het zou kunnen zijn, of denken (of krijgen te horen) aan een depressie of een burn-out te lijden.
Het niet als dusdanig kunnen herkennen en duiden van deze honger, leidt niet zelden tot een strategie van de kick, d.i. een individualistische genotscultuur, het zoeken naar plezier in plaats van geluk. De afwezigheid van verticale dimensie leidt onvermijdelijk tot een frenetieke exploitatie van de horizontale dimensie. Dit uit zich in het zoeken en najagen van steeds opwindender en steeds sterkere persoonlijke sensaties en emoties onder het motto van “zelfzorg”, “zelfontplooiing” of “zelfexpressie”, en tot imitatie en verslaving aan door de reclame in de glossy life-style magazines aangeprezen opper­vlakkige pleziertjes en banale (lichamelijke of emotionele) genietingen als substituut voor een dieper geluk. Deze hedonisme-valkuil werd door Ernest Hemmingway de “festival-theorie van het leven” genoemd. Deze oppervlakkige en inhouds­loze feel-good en fast-happiness cultuur is het psychische equivalent van de westerse fast-food cultuur. Een dergelijk futiel leven kan geen ervaring van vervulling en geluk opleveren. Niets is op lange duur immers zo saai en vervelend als het voortdurend ingevuld worden van alle wensen en grillen. Deze toestand van bore-out leidt tot de nukkigheid, ongeïnteresseerdheid, grilligheid en weerbarstigheid van verwende kinderen. Om dan toch nog enige spanning en intensiteit in het levensgevoel te brengen, nemen jongeren hun toevlucht tot steeds extremer vormen van “vermaak”, die niet zelden tot wangedrag en zelfs deliquentie leiden.

Een anonieme samenleving
Onze samenleving is ook in toenemende mate een geheel van onpersoonlijke en anonieme rechten en verplichtingen geworden, een samenleving onder de dictatuur van het vanzelf­sprekende en het normale, een samenleving zonder menselijk gelaat en zonder gevoel van verbondenheid. Van de idealen van de Franse revolutie worden in de moderne neoliberale samenleving vooral vrijheid en gelijkheid sterk benadrukt terwijl de broederlijkheid (c.q. verbondenheid, empathie, liefde, mededogen) eerder op de achtergrond is geraakt. Vrijheid en gelijkheid worden vertaald in georganiseerde, bureaucratische rechten en plichten terwijl de betekenis en de bijdrage van het individuele bestaan aan de samenleving vrijwel onzichtbaar is geworden. De mens weet niet meer waar zijn inspanningen en zijn inzet voor dienen en hij/zij wordt er door niemand voor bedankt. Hij voelt zich niet meer verbonden met de samenleving. Hoewel de democratie de belofte inhield van een door het individu zelf bepaald en zelf gestuurd leven, lijken mensen steeds meer geleefd te worden door regels en omstandigheden waarover ze geen keuze hebben, terwijl ze anderzijds blind zijn voor de echte keuzemogelijkheden in de binnenwereld van het bewustzijn. De democratie is een dictatuur van de meerderheid en van de normaliteit en de middelmaat geworden, een politiek spel dat op dezelfde commerciële en competitieve wijze opgevoerd wordt als songfestivals, miss-verkiezingen of andere vormen van massa-entertainment. Het zo vaak aangeklaagde individualisme in de samenleving is in feite veeleer een vorm van onvolwassenheid. We zijn immers nog niet tot een echte, volwassen vorm van individualisme gekomen, dit wil zeggen tot het inzicht dat de zorg voor de ander een wezenlijk onderdeel van het eigen geluk is. In een dergelijk onvolwassen denkkader is het voor velen moeilijk in de zinvolheid van het bestaan te blijven geloven.

De drenkelingenfilosofie: levensmoeheid, wanhoop…
Het hoeft dan ook nauwelijks verwondering te wekken dat de cijfers voor levens­moeheid, wanhoop, depressie, burn-out, zelfmoord, zelfverminking, anorexie, middelengebruik en middelen­verslaving onrustwekkend toenemen en zelfs epidemische proporties lijken aan te nemen. Deze cijfers weerspiegelen dan nog alleen maar de zichtbare top van de spreekwoordelijke ijsberg die gevormd wordt door de vele levens die doorgebracht worden in verveling, dofheid, vreugdeloosheid en stille wanhoop. Jongeren die met dergelijke levensmodellen in een monotone, zelfgenoegzame en afstompende jongerencultuur van gadgets, popsterren en sport­idolen moeten opgroeien, krijgen een zeer vertekend beeld van de realiteit en geven steeds openlijker blijk van ongemotiveerdheid voor al wat geen onmiddellijke genieting of lustervaring met zich brengt. Daardoor worden ze door ouders en leerkrachten vaak als “schoolmoe”, “ongeïnteresseerd”, “lui” of “moeilijk” bestempeld.
Dit alles leidt vaak tot cynisme, verwijten, beschuldigingen, kwaadheid en agressie (de strategie van de "haai") of tot angst, onzekerheid, klagen en vluchten (de strategie van de "karper"). Een dergelijke drenkelingenfilosofie is gemakkelijk en banaal. Zij vereist weinig bewustzijn, nadenken of creativiteit en is de gemakkelijkste manier om intel­li­gent en “kritisch” te lijken en onmiddellijke bijval te oogsten. Zij leidt misschien wel tot overleven, maar zij voedt de geest niet met positieve energie en leidt niet tot een leven van kwaliteit met welzijn, liefde en geluk.

Geluk…
Geluk is immers geen som van zinnelijke genietingen, egostrelingen of genoegdoeningen en de afhankelijkheid van objecten, activiteiten of externe gebeurtenissen leidt tot een verarmd en tragisch bestaan. Daarmee is dramatisch duidelijk geworden dat de spirituele honger van de ziel nu eenmaal niet gestild kan worden door (over)voeding van het lichaam of van de zinnen. Voor wie met een dergelijke beperkte kaart leeft, zal een ongewenste gebeurtenis dan ook al snel dramatische proporties lijken aan te nemen en ontstaat de ervaring van het lijden. Uiteraard kan dit lijden dan als een teken van bijzondere “gevoeligheid” of zelfs van grote “menselijkheid” worden beschouwd, waar­door het zelfs een soort identiteit en comfortzone kan worden, maar wie het moe is genoegen te nemen met dit soort cultiveren van kwetsbaarheid en meer kwaliteit voor zichzelf en voor zijn naast­bestaan­den wil, is aan een nieuwe benadering toe. “Lijden is nodig tot je inziet dat het niet nodig is.” (Eckhart Tolle)
Mensen zijn immers niet zomaar “van nature” bekwaam of onbekwaam tot geluk, zij zijn niet sterk of niet zwak, zij zijn ook niet dom of lui of van slechte wil, zij doen gewoon op elk ogenblik zo goed als zij kunnen op basis van aangeleerde denkgewoonten, visies en strategieën die tot bekwaamheid of onbekwaamheid, tot sterkte of tot zwakte, tot authenticiteit of tot vervreemding van zichzelf leiden.
Om in de snel veranderende, verwarrende maar boeiende wereld van het begin van de 21e eeuw verstandig en elegant te overleven en voor geluk te kunnen kiezen, is een meer doordachte en meer bewuste levenshouding noodzakelijk, zowel voor het persoonlijke leven als relationeel en professioneel. In een tijd van snelle verandering behoort de toekomst aan wie geleerd heeft dat veranderen en leren plezierig is. Het is alsof we een muziekinstrument zijn dat miljoenen klanken kan voortbrengen, maar waarvan we slechts één octaaf hebben leren bespelen. We hebben inderdaad te veel aandacht besteed aan de wereld buiten ons en te weinig aan de wereld binnen ons. Het is tijd om wakker te worden en het hoofd weer op de juiste plaats te zetten in plaats van het te verliezen. Wie denkt voldoende geleerd te hebben is alleen maar uitgerust voor een wereld die al niet meer bestaat...

… is geen beloning of goed gevoel …
Geluk is geen beloning die we krijgen als we ons goed gedragen hebben, geen goed gevoel omdat we gekregen hebben wat we wilden, maar is een natuurlijk gevolg van een eerbiedige, serene en dankbare houding en van een liefdevolle relatie met onszelf, met de medemens, met de samenleving en met het leven. Een strategie van het geluk vereist dan ook geen speciale gaven, maar alleen een beter gebruik van de mogelijkheden die ieder van ons al heeft: denken in een groter denkkader met meer bewustzijn, (emotionele) intelligentie, creativiteit en out-of-the-box-thinking, maar ook intellectuele passie, moed en vertrouwen in zichzelf en in het leven omdat het beoefenen van wijsheid nu eenmaal altijd een kwetsbare bezigheid zal blijven die gemakkelijk op ongeloof, cynisme, spot of andere vormen van arrogante onwetendheid kan worden onthaald. Een strategie van het geluk moet een uitweg bieden uit een infantiliserende en verlammende klaagcultuur en uit een slachtofferdenken waarbij mensen voor het oplossen van hun "problemen" al te vaak bij artsen, Thera­peuten of diverse "deskundigen" gaan aankloppen of zich tot een star, deshumaniserend en disempowerend juridisch systeem wenden. Er is evenwel geen enkele arts of therapeut die een zin aan het leven kan geven, geen enkele pil of remedie die diepe vreugde en geluk kan brengen, en geen enkele gerechtelijke procedure die het menselijke lijden kan wegnemen. Niemand of niets is verantwoordelijk voor uw geluk. Tijd dus om zelf wakker te worden! Tijd om onze persoonlijke kracht weer te voeden met het besef dat er altijd keuze is en dat we altijd kunnen kiezen voor een leven vanuit onze hoogste waarden. Daartoe hebben we niets speciaals nodig. Al het nodige is aanwezig. We moeten alleen leren het te gebruiken om geluk te creëren in plaats van lijden. Alle ervaringen zijn waardevol want het is altijd mogelijk voor een perspectief op de realiteit te kiezen dat verrijkt in plaats van te verarmen en dat tot zelfwaardering en tot vervulling van het leven leidt. Geluk is minder ver dan je denkt!

… maar het doorzien van een structuur, een strategie
De Strategie van het Geluk is een volwassen, elegante en positieve no-nonsense deskundigheidsverhogende benadering voor mensen die een intellectuele, filosofische, spirituele of emotionele meerwaarde zoeken in het leven. Het doet er niet toe of u al een goed leven hebt dat u nog beter wil maken of dat u een rotleven hebt waarvan u weet dat u het wil veranderen.
De Strategie van het Geluk komt u tegemoet waar u ook staat en is bedoeld om u het gereedschap aan te reiken dat u nodig hebt om aandachtiger en bewuster te leren leven om een betere versie van uzelf te ontsluiten. U bent en zult immers altijd zelf verantwoordelijk zijn voor uw leven.
De Strategie van het Geluk spiegelt dan ook geen nieuwe illusies of mythen voor, geen magische technieken of supersnelle wonderremedies, maar is een filosofie en een praktijk van bewustzijn die tot de intellectuele, emotionele en sociale vaardigheden leidt die noodzakelijk zijn om te kunnen kiezen voor een meer aandachtige benadering en meer liefdevolle aanvaarding van het leven, voor meer kwaliteitsvolle en meer productieve manieren van leven, voor persoonlijk geluk, voor een stimulerende opvoeding van jongeren, voor het inspirerend begeleiden en leiding geven aan anderen en voor het creëren van harmonieuze relaties. Ervaringen, ook lijden en geluk, hebben immers een interne structuur, een ordening en een syntaxis, en als men die structuur eenmaal begrepen heeft, wordt het leven transparanter en is het niet moeilijk om tot meer keuze­mogelijkheden en tot andere ervaringen te komen.
De Strategie van het Geluk is zonder meer de kortste weg naar een onvoorwaardelijk en onverstoorbaar geluk.

Het spel van het leven
In het spel van het leven is het belangrijker om van het spel te kunnen genieten dan om te “winnen”. Een goed speler geniet altijd van het spel, ook (en misschien vooral!) als hij moeilijke kaarten heeft gekregen. Wie alleen met goede kaarten kan spelen en klaagt als hij moeilijke kaarten heeft gekregen, is geen groot speler. Successen worden snel vervelend want zij bevestigen slechts wat je al weet. Zogenaamde “mislukkingen” zijn veel interessanter omdat zij aangeven war je iets nieuws kunt leren.

Geluk …
… is niet het genezen van een vermeende pathologie, het “helen” van vermeende wonden of kwetsuren of het winnen van de strijd tegen een vermeende vijand. Geluk is ook méér dan de afwezigheid van ongeluk, net zoals gezondheid méér is dan de afwezigheid van ziekte en vrede méér dan de afwezigheid van oorlog. Geluk is anderzijds ook méér dan een opeenvolging van genoegdoeningen en genietingen. Het is een manier van zijn, een existentiële dans, een leven met een persoonlijke existentiële en spirituele visie die vóór u werkt in plaats van tegen u, een visie voor het creëren van onvoorwaardelijk geluk in alle omstandig­heden, een geluk van binnenuit, een geluk zonder reden, in plaats van te wachten op een geluk dat van buitenaf zou moeten komen en waarvan men alleen maar kan hopen dat het ooit zal komen. In tegenstelling tot de heersende culturele mythe, komt duurzaam geluk niet van wat men bezit, bereikt of kan meemaken. Geluk is niet het gevolg van een “geslaagd leven” of van een “succesvolle lifestyle”, integendeel: een “geslaagd leven” is het gevolg van een gelukkige relatie met het leven, een relatie van passie en fascinatie, een relatie van “verliefd zijn” en “gelukkig zijn”.

… is een gelukkige relatie
We hebben geen keuze: het leven is onze enige en onvermijdelijke partner. Als we er niet in slagen een gelukkige relatie met het leven in al zijn concrete verschijningsvormen op te bouwen, zal het leven gewoon aan ons voorbijgaan. Het gaat dan ook niet om het vinden van de geschikte omstandig­heden of het bereiken van doelstellingen die u gelukkig zouden kunnen maken, maar om het creëren van de interne vrijheid, ontvankelijkheid en ontroerbaarheid (d.i. een hogere emotionaliteit) waardoor u in alle omstandigheden een toestand van natuurlijk gelukkig-zijn kunt ervaren. Een gelukkig mens creëert geluk in het eigen leven en in dat van anderen in plaats van te proberen geluk van anderen en van het leven te krijgen. Het gaat dan ook om een exploratie van de wezenlijke zijnsmogelijkheden van de mens en van de mogelijkheid zich volgens eigen individuele inzichten opnieuw te ontwerpen. Het gaat om het begrijpen van de structuur van het lijden en van het geluk. Het is de benadering van de dolfijn, die het mogelijk maakt zelfs in de buurt van agressieve haaien te kunnen zwemmen zonder gebeten te worden en zonder zich als een angstige karper te gedragen. Maar zelfs voor mensen die karper of haai wensen te blijven, is het nuttig iets over dolfijnen te weten!

Niet alleen maar individueel …
Gelukkig zijn is niet alleen individueel wenselijk, maar is ook maatschappelijk belangrijk. Alleen mensen die zelf lijden, zullen immers ook anderen doen lijden. Gelukkige mensen verwachten niet dat anderen hen gelukkig zullen maken en zijn niet boos als dat niet gebeurt, maar verspreiden geluk om zich heen, zij willen hun gelukkig-zijn met anderen delen zodat een positieve dynamiek ontstaat. Een gelukkig mens is een geschenk aan de rest van de wereld. Door de toenemende communicatiemogelijkheden wordt de moderne wereld steeds meer een globaal netwerk van met elkaar verbonden individuen en samenlevingen, een soort organisme met talloze cellen, weefsels en organen, een soort wereldwijd brein. Ieder van ons kan daarin een bijdrage leveren en maatschappelijke verantwoor­delijk­heid opnemen door het wereldwijde brein mee te voeden met positieve gedachten en inspirerende beelden. Ieder van ons kan ervoor kiezen een centrum te worden waar positieve invloeden van uitgaan die onvermijdelijk hun weerklank zullen vinden in de maatschappij…